Wat is de ISO-waarde?

ISO staat voor Internationale Organisatie voor Standaardisatie en drukt de tijdelijke lichtgevoeligheid uit van de sensor in je digitale camera. Het drieletterwoord vervangt de oude afkortingen ASA en DIN uit het analoge tijdperk, met dezelfde betekenis. Met dat verschil dat zij de lichtgevoeligheid van het filmrolletje weergaven, dat je in jouw analoge camera stak. DIN was de algemene Europese norm van het Duitse Instituut voor Normering. ASA werd gebruikt door de Amerikaanse Standaard Associatie.

Het voordeel van ISO ten opzichte van ASA of DIN is dat de standaard universeel is en dat je voor elke foto een andere waarde kunt instellen. Waar je bij een fotofilm gedurende minstens 24 opnames vastzat aan dezelfde gevoeligheid.

iso waarden op een camera

ISO-waarde, sensor en ruis

De ISO-waarde van je sensor stel je best zo laag mogelijk in, om ruis in je foto’s te vermijden. Beelden worden dan het zuiverste weergegeven. Met heldere, intense kleuren. En je verhoogt die ISO-waarde pas wanneer je in de gegeven omstandigheden moeilijkheden ondervindt om tot een juiste belichting van je foto te komen. Dat zal in de praktijk zijn wanneer je binnen foto’s neemt, of wanneer je buiten aan de slag gaat bij bewolkt weer, of wanneer de avond valt. Dan maak je jouw sensor lichtgevoeliger waardoor je toch vlot kunt werken. Al betaal je daarvoor wel een prijs, in de vorm van kleurenruis.

Ruis

Ruis is namelijk het snelst te zien in de donkere delen van je foto. In de zwarte gedeelten en de tinten die daar het dichtst bij aanleunen. Ook in andere kleuren komt ruis voor, maar die valt minder op. De hoeveelheid ruis neemt toe naarmate je een hogere ISO-waarde instelt.

Maar de onzuiverheden in je foto’s worden ook talrijker en groter wanneer er een kleinere sensor in je camera zit ingebouwd. Om de eenvoudige reden dat je je foto’s dan sterker moet uitvergroten, om aan het formaat van een full frame camera te komen. En omdat er op de full frame sensor meer plaats is voor grote lichtsensoren.

Sensorgrootte

Die grote lichtgevoelige pixels op de sensor van je digitale camera geven minder ruis in je fotoprints, omdat ze meer licht opvangen en daardoor duidelijkere contrasten kunnen tonen. Terwijl veel pixels op de lichtgevoelige plaat dan weer zorgen voor heel scherpe en meer gedetailleerde beelden. Het is daarom dat een full frame camera heel mooie foto’s oplevert.

En ruis alleen maar sterker wordt bij kleinere sensoren die de hogere ISO minder goed verteren. Want op de grote full frame sensor is de combinatie van veel en ook grotere pixels mogelijk. Terwijl daar op een kleine beeldsensor helemaal geen plaats voor is. Fabrikanten moeten dan compromissen sluiten en hopen dat je nooit groot print.

Ruisonderdrukking

Om de ruis in je foto’s terug te dringen, of minder opvallend te maken, zit op sommige camera’s een functie die ruis onderdrukt. Maar dat is een lapmiddel. Want die ruisonderdrukking bij een hoge ISO gaat ten koste van de scherpte in beeld. En dat wil je natuurlijk ook niet. Want het blijft je bedoeling om minstens je onderwerp goed op het plaatje te krijgen.

Bovendien maken wazige overgangen in je foto’s de ontwikkeling en nabewerking moeilijker. Want onscherpe randen zorgen ervoor dat het niet lukt om ze heel precies te selecteren en figuren haarfijn uit te snijden, om filters op je achtergrond of je onderwerp toe te passen. Ben je van plan om in RAW te werken en fotografeer je vaak in moeilijke lichtomstandigheden waarbij de ISO omhoog moet, kies dan voor een camera met een grote sensor.

Hoe hoger iso hoe meer ruis

ISO-waarde, diafragma en sluitertijd

Want full frame camera’s hebben een groot dynamisch bereik, zodat ze het contrast tussen lichte en donkere delen in je foto gemakkelijker kunnen overbruggen. Terwijl camera’s met een kleine sensor daar meer problemen mee hebben. En ze leveren ook nog mooie foto’s af wanneer het licht vrij zwak is en je een hoge ISO-waarde op je camera moet instellen.

Wat het bijkomende voordeel oplevert dat je in alle lichtomstandigheden de creatieve vrijheid behoudt.  In combinatie met de ingestelde ISO-waarde kies je een diafragma en sluitertijd in functie van je onderwerp en de omstandigheden op de locatie waar de foto tot stand komt. Want bij snelle onderwerpen is een korte sluitertijd nodig om de actie te bevriezen. En wanneer snelheid er niet toe doet, wil je meestal een vage achtergrond om het onderwerp beter tot zijn recht te laten komen. Terwijl de belichting van je foto toch correct blijft.

Belichtingsdriehoek

Om het juiste evenwicht te vinden tussen de lichtgevoeligheid van de beeldsensor, het diafragma en de sluitertijd, werden alle waarden onderverdeeld in fotografische stops. Waarbij elke stop dezelfde hoeveelheid licht vertegenwoordigt. Zo vormen de ISO-waarden de basis van de belichtingsdriehoek, waaraan ook een sluitertijd en diafragmawaarde worden gekoppeld om tot een correct belichte foto te komen.

De ISO-waarde kies je zo laag mogelijk, om ruis te voorkomen. Maar zorg er wel voor dat de gewenste sluitertijd en diafragmawaarde voor jouw foto nog kan worden ingesteld. De basis ISO-waarden die je op de meeste camera’s kunt selecteren en je zou moeten onthouden, zijn: 25 – 50 – 100 – 200 – 400 – 800 – 1.600 – 3.200 – 6.400 en 12.800 ISO. Tussen twee opeenvolgende ISO-waarden zit telkens één stop. Sommige camera’s hebben nog hogere waarden, maar die geven heel veel ruis.

Sluitertijden

Samen met de ingestelde ISO-waarde zal de lichtmeter van je camera een combinatie van sluitertijd en diafragma voorstellen om een goed belichte opname te maken. Maar tenzij je automatisch werkt, kun je die waarden nog aanpassen.

Fotografeer je een bewegend onderwerp, dan wil je de controle over de sluitertijd behouden en kies je voor het sluitertijd voorkeuzeprogramma S bij Nikon of Tv bij Canon. Waarmee je een lange, trage sluitertijd instelt, om beweging in je onderwerp weer te geven. Of een korte, snelle sluitertijd selecteert, om de actie te bevriezen. Is de gewenste sluitertijdinstelling niet mogelijk, moet je wellicht tussendoor nog de ISO verhogen om meer sluitertijdopties te creëren.

Diafragmawaarden

Is de sluitertijd minder belangrijk, omdat je onderwerp stilzit of vaststaat, kies je voor het diafragma voorkeuzeprogramma A bij Nikon of Av bij Canon. Waarmee je de scherptediepte in je foto bepaalt. Door het diafragma groot open te zetten, zorg je ervoor dat de achtergrond in je foto wazig wordt en het onderwerp vooraan nog meer op de voorgrond treedt. Maar soms wil je alles scherp in beeld en dan moet je het diafragma dicht draaien. Dat is lastig, wanneer er weinig licht aanwezig is. Daarom plaats je de camera beter op een statief, of verhoog je de ISO-waarde, met het risico op ruisvorming.

Hoe moet je de ISO-waarde instellen?

Maar soms is dat de enige optie en dan moet je de ruis erbij nemen. In een aantal gevallen, stoort die zelfs niet en geeft de korreligheid in je foto een artistiek karakter aan je beeld. Vooral bij zwart-wit en kunstzinnige foto’s raken we daar snel aan gewend. Zolang de kwaliteit van de foto voldoende blijft. En dat ligt moeilijker bij kleine sensoren. Daarom geven we je nog tips over welke ISO je moet kiezen.

Lage ISO-waarden

Ga uit van 25 of 50 ISO wanneer je in een fotostudio werkt, waarbij flitsers en andere studiolampen ervoor zorgen dat er heel veel licht aanwezig is. Je krijgt dan haarscherpe productopnames wanneer je je camera op een statief plaatst. Maar verhoog de waarde naar 100 ISO wanneer dat nodig is, want 25 en 50 ISO worden slechts uitzonderlijk gebruikt. Vanaf 100 ISO kun je uit de hand fotograferen. Je kunt die waarde ook instellen op een zomerse dag in een zuiders land, waar veel zonlicht aanwezig is.

Gemiddelde ISO-waarden

Voor een gemiddelde Belgische zomer heb je al snel 200 ISO nodig. Die ISO-waarde kies je bij zonnig tot licht bewolkt weer. In huis is deze waarde onvoldoende. Daarvoor heb je minstens 400 ISO nodig. En de ISO kan snel oplopen, wanneer er onvoldoende daglicht naar binnen komt. Gebruik 400 ISO in combinatie met een flitser of verhoog je waarde naar 800 ISO. Buiten zijn beide waarden geschikt op regenachtige dagen, wanneer je in de schaduw fotografeert, of wanneer je sporters in beeld brengt.

Hoge ISO-waarden

Wanneer daglicht ontbreekt, rest er geen andere optie dan de ISO-waarde nog meer te verhogen. Je foto kan immers pas tot stand komen wanneer er voldoende licht via de lens tot bij de sensor van je camera geraakt. Daarom stel je voor avondfotografie 1.600 ISO in. En ook binnen heb je die waarde zeker nodig, wanneer je sfeervolle foto’s wilt nemen, waarbij je geen flitser gebruikt.

In het holst van de nacht verhoog je de waarde naar 3.200 ISO. Ook voor theaterfotografie begin je aan die waarde. Maar wil je voldoende bewegingsvrijheid, moet de ISO mogelijk nog omhoog. Houd er rekening mee dat je vanaf 400 ISO al ruis kunt krijgen in je foto’s. Al valt die bij een grote sensor helemaal niet op. Daar zal de ruis wellicht pas te zien zijn, wanneer je de hoge ISO-waarden gebruikt bij heel zwak licht.

Lees ook de volgende artikels

Related Posts

Privacy Preferences
When you visit our website, it may store information through your browser from specific services, usually in form of cookies. Here you can change your privacy preferences. Please note that blocking some types of cookies may impact your experience on our website and the services we offer.